Isolatiesector zwaar in problemen door materiaalschaarste

Isolatiesector zwaar in problemen door materiaalschaarste

Net terwijl het bewustzijn van de bouwers wat betreft de isolatie van hun woning enorm is gegroeid, kampt de isolatiesector met een groot probleem.

Door een samenloop van omstandigheden is er een enorme schaarste ontstaan in een belangrijke grondstof van PIR/PUR-platen. Het gevolg zijn serieuze prijsstijgingen en een schaarste van deze PIR/PUR isolatieplaten.

Waar wringt het schoentje?

Polyurethaan (PIR/PUR) zijn kunststofschuimen die geproduceerd worden op basis van onder andere MDI (=hoofdbestanddeel). De wereldspelers van MDI zijn:

  • COVESTRO (Bayer) (Duitsland)
  • WANHAU CHEMICAL GROUP (China)
  • BASF (Duitsland)
  • DOW CHEMICAL
  • HUNTSMAN

Voor de huidige schaarste zijn er een aantal oorzaken op te noemen. Een reeks incidenten die eind 2016 met een significante reductie van de productie-capaciteit van MDI tot gevolg:

  • Explosie en brand site Ludwigshafen (BASF) (3 doden, 30 gewonden)
  • Chemisch incident bij Wanhau (4 doden, 4 gewonden)
  • Tijdelijke shutdown bij Huntsman (reden: onbekend)
  • De toenemende vraag naar grondstoffen wereldwijd overstijgt het aanbod (vooral Azië)
  • De bouw van 2 grote bijkomende MDI-fabrieken (BASF en DOW) hebben zeer grote vertragingen opgelopen

De gevolgen

De schaarste heeft als logisch economisch gevolg dat er een enorme opwaartse druk is gekomen op de prijs van MDI in de markt. Dit stelt de fabrikanten voor volgende keuze:

De fabriek stilleggen en wachten tot de prijs terug zakt

Blijven grondstoffen aankopen, maar dan aan hogere prijzen. Het gevolg is dat er minder risico is dat werven moeten worden stilgelegd, maar tegelijkertijd is een prijsstijging van de isolatieproducten onvermijdelijk.

Door de snelle stijging van de grondstoffen zijn fabrikanten die blijven produceren dus genoodzaakt de prijsstijgingen per direct door te rekenen aan de eindklant. Zo rekenen heel wat leveranciers van isolatieplaten sinds 1 april al een prijsstijging van gemiddeld 7 à 8% door. Een tweede prijsstijging liet echter niet lang op zich wachten, want met ingang van 10 april werd er al opnieuw een prijsstijging van gemiddeld 7% doorgevoerd op basis van deze materiaalschaarste en vanaf midden mei wordt een derde prijsstijging van 9% verwacht. Kortom een prijsstijging van gemiddeld 25% op 2 maanden tijd.

Een minderheid van de fabrikanten kies er dan weer voor om een stockbreuk in te roepen, hetgeen voor een gemiddelde vertraging van meer dan 10 dagen in de bevoorrading van werven zorgt. In het extreme geval kan dit wel eens ervoor zorgen dat werven komen stil te vallen.

Wat kan de aannemer doen?

Fabrikanten en leveranciers rekenen deze prijsstijgingen logischerwijze door aan de aannemers, maar die kan dit op zijn beurt vaak niet zomaar doorrekenen. Voor heel wat projecten zijn de prijzen voor isolatiemateriaal immers al lang van tevoren vastgelegd. Voor toekomstige overeenkomsten zou de aannemer veiligheidshalve eventueel kunnen werken met een dagprijs.

Er kan eventueel verwezen worden naar de uitzonderlijke situatie en deze vorm van overmacht, indien er afspraken gemaakt zijn op basis van 'oude prijzen', maar waar de materialen onder de nieuwe voorwaarden zijn geleverd of zullen geleverd worden. Want het is natuurlijk beter materiaal te hebben aan hogere prijzen dan helemaal geen materiaal.

Bestellingen kunnen best ook zo snel mogelijk geplaatst worden, want de levertermijnen kunnen intussen oplopen tot 4 à 5 weken en langer. Noch de fabrikanten, noch de isolatieleveranciers durven nog beloftes te doen op het vlak van levertermijnen of op het vlak van prijs gezien de opeenvolgende prijsstijgingen.